Onderwaterlassen, hyperbare habitats, duiker-lassers, het zijn termen die tot de verbeelding spreken. Maar wat komt er precies kijken bij het repareren van een pijpleiding op de zeebodem? En hoe komt het dat er een Nederlands bedrijf is dat hier zo goed in is, dat een strikt deurbeleid voor aanvragen noodzakelijk is?
Eind jaren ’50 begonnen als enkel een civiele aannemer, nu aan de wereldtop op het gebied van hyperbare werkzaamheden. Je vindt DCN Diving in Bergen op Zoom. Het bedrijf heeft, verspreid over de wereld, 150 mensen in dienst en een omzetprognose van 150 miljoen voor dit jaar. Patrick Feeleus (Commercieel Directeur bij DCN Diving) vertelt over de bijzondere wereld waar het bedrijf zich in bevindt. Onderwater lassen spreekt tot de verbeelding, maar wat komt daar allemaal bij kijken?
*Hoewel DCN Diving werkzaam is in verschillende sectoren, ligt de focus van dit artikel op de offshore werkzaamheden.
Duikers in vaste dienst
Patrick vertelt zichtbaar trots over de mensen die bij het bedrijf werken. “In Nederland zijn we een van de weinige duikbedrijven met duikers en supervisors in vaste dienst. Ze beginnen meestal op de civiele afdeling, maar naarmate ze meer ervaring, interesse en kennis opdoen, schuiven ze door naar onze offshore werken. Daar halen we een heleboel continuïteit uit. De duiker lopen als het ware een volledige opleiding door, tot ze eindverantwoordelijke zijn over de projecten.”
“Die projecten gaan van baggeren tot het faciliteren van droge, hyperbare habitats waarin onderwaterreparaties uitgevoerd worden”, legt Patrick uit. “En de reparaties zelf natuurlijk.” Voor een offshore project moet je per definitie de zee op (of onder). Hier heb je altijd een werkplatform voor nodig zoals een bijvoorbeeld een olieplatform, een schip of een jackup barge voor nodig. In de huidige markt kan het niet hebben van een schip een beperkende factor zijn in je werkzaamheden. Daarom was een van de grote doelen van DCN Diving lange tijd: het hebben van een eigen schip.
DSV Picasso
Sinds december 2024 is dat doel bereikt. DCN Diving is eigenaar van een schip: de DSV Picasso. Patrick: “Eerder moesten we altijd een schip charteren om projecten uit te kunnen voeren. Maar dat kon best lastig zijn. Zeker als wij direct ergens naartoe wilden. Dan moest er maar net een schip beschikbaar zijn.” Een eigen schip is een grote investering en een ambitieuze. “Het voordeel van een eigen schip is dat je altijd aan de gang kan. Maar het nadeel kan zijn dat je altijd aan de gang moet blijven”, vertelt Patrick. Als een schip stilligt, kost het in plaats van dat het oplevert.
Dat is gelukkig aan de hand, de Picasso is in ieder geval op ons huidige contract de komende 200 dagen hard aan het werk.

De Picasso
Strikt deurbeleid
De afgelopen jaren is DCN Diving hard gegroeid. Dit betekent dat er soms keuzes gemaakt moeten worden in welke werkzaamheden er aangeboden worden. Patrick vertelt: “Dat heeft enerzijds te maken met het feit dat we onze bepaalde werkzaamheden beter bij ons en onze ontwikkeling vinden passen dan andere. We richten ons echt op constructiewerk en onderwaterreparaties. Maar aan de andere kant hebben we de keus ook móeten maken, omdat we er gewoonweg niet meer aan toe kwamen.”
“Het is zo dat we veel tenders waar we op inschrijven en aan mee doen, ook winnen.” In de woorden van Patrick klinkt een grote dosis trots en een klein deel ongeloof door. “Dat is natuurlijk hartstikke fijn en een mooie bevestiging van ons werk en de kwaliteit die we leveren.” Het succes van het bedrijf zorgt voor de noodzaak van een strenge selectie aan de voordeur, wat een prettige keuzevrijheid oplevert.
Patrick: “Steeds meer inspectiewerk zit in de windindustrie. Maar in die industrie is momenteel vaak sprake van rare en ingewikkelde contractconstructies met veel exposure voor de aannemers. Het is het niet waard om daar dan risico’s voor te lopen, als we de [financieel] de vrijheid hebben om dat niet te hoeven doen.”
Onderwaterlassen bij Singapore begint in Bergen op Zoom
Al sinds de oprichting in 1957 zijn hyperbare werken een groot onderdeel van het portfolio van DCN Diving. Binnenkort start het bedrijf met een nieuw project in Azië.
Patrick: “Er is een beschadiging op een leiding gekoppeld met de raffinaderij Pulau Bukom (Singapore). Er zit een ‘deuk’ in de leiding, waardoor die niet meer te gebruiken is. In dit specifieke geval was een hyperbare reparatie voordeliger dan het leggen van een nieuwe leiding. We zullen, samen met onze pijplegpartner, eerst het beschadigde stuk vervangen met een nieuw deel. Dan komen wij met de duiker/ lassers en onze habitat om het oude en nieuwe gedeelte met elkaar te verbinden. Er wordt een droge ruimte onder water gecreëerd waar de duikers vervolgens naartoe zwemmen, ingaan en zich omkleden en de twee delen aan elkaar lassen. Omdat dit in het droge gebeurt, alhoewel onderwater uitgevoerd, is de kwaliteit hetzelfde als bij een las die op het land zou worden uitgevoerd.”
Als Patrick het zo uitlegt klinkt het logisch, bijna gemakkelijk. Maar schijn bedriegt. Er komt een hoop kijken bij een dergelijke operatie. Voordat het uitvoerende werk kan beginnen, moeten de duikers en de benodigdheden dan ook gekwalificeerd worden.
Patrick: “Nadat de lasprocedures zijn gekwalificeerd, moeten de individuele duikers bewijzen dat ze de lasprocedure uit kunnen voeren. De kwalificatie is een simulatie van de echte klus. In de droge testruimte zit hetzelfde omgevingsgas als straks in de habitat zit. De duiker-lassers werken in shifts van 12-uur, dus dat zullen ze tijdens de kwalificatie ook doen.” De faciliteiten om de kwalificaties uit te voeren heeft DCN Diving op eigen terrein. Hiermee zijn ze uniek; de enige onderwateraannemer die dit in eigenbeheer kan uitvoeren.
Alleen in zijn soort
Er zijn wereldwijd maar weinig spelers die doen wat DCN Diving doet. Maar de concurrenten die er zijn, zijn veel groter. Iets wat Patrick als een voordeel ziet. “Onze relatieve kleinschaligheid is onze kracht. Ik merk dat we veel makkelijker kunnen schakelen, sneller kunnen beslissen en aantrekkelijkere prijzen kunnen aanbieden dan de enorme concurrenten. Zij zijn voorzichtiger, durven minder risico te nemen. En er zijn daar aandeelhouders in het spel; meer mensen die ergens iets van vinden of die iets te zeggen hebben. Wij weten wat we kunnen, wijken daar niet heel erg vanaf en blijven onszelf specialiseren.”