Een van de taken van een branchevereniging is ‘belangenbehartiging’, oftewel ‘lobby’. Binnen Maritime & Offshore NL zijn verschillende sectormanagers verantwoordelijk voor verschillende onderwerpen en dossiers. Een onderwerp wat de laatste tijd veel in het nieuws geweest is, is vestigingsklimaat. Erik Peters is sectormanager op dit gebied. Hij neemt ons mee in wat lobby voor hem betekent en wat daar, in grove lijnen, bij komt kijken.
Dit artikel verscheen in Pijler 26.3.
Vestigingsklimaat is een heel groot thema. Als je de dikke van Dale erop naslaat staat er: het geheel van factoren dat bepaalt of een omgeving interessant is om een bedrijf te vestigen. Het gaat over niet te veel en niet te gekke regels, belastingen, energieprijzen, voldoende goed opgeleide mensen, voldoende voorzieningen, ruimte, bereikbaarheid, veiligheid. Het is dus een heel breed thema met veel invalshoeken.
Vanuit Maritime & Offshore NL steken we het thema in vanuit de ruimte. Want als er geen ruimte is (fysieke vierkante meters) dan hoef je over al die andere zaken niet na te denken.Daarna is het belangrijk om te kijken naar andere fysieke aspecten zoals ligt de ruimte aan of nabij het water? Kun je er komen, over water maar zeker ook over de weg, of via het spoor. En dan is het de vraag of er voldoende stroom en/of drinkwater beschikbaar is. Het klinkt simpel maar als je bedenkt dat tussen 2030 en 2035 naar verwachting alle bedrijventerreinen in Nederland vol zitten, staan we voor een heel grote uitdaging.
Verschillende soorten ruimte
Dat is al helemaal zo wanneer we niet naar de fysieke, maar de milieuruimte kijken. Veel van onze leden doen werk dat valt onder wat we voorheen milieucategorie 3 of hoger valt, wat betekende dat er een minimaal 50 m afstand tussen de randen van de kavel tot de woningen moet zijn. Er gaat een gedachte rond die inzet op functiemenging waarbij er dichter op bedrijvigheid gewoond kan worden. Maar voor de meeste leden van Maritime & Offshore NL komt woningbouw dan écht te dicht op de bedrijven. Dat willen we zoveel mogelijk voorkomen. Daar zit in de belangenbehartiging een moeilijkheid. Iedere gemeente is zelf verantwoordelijk voor zijn eigen omgevingsplan én waar en hoe er gebouwd gaat worden. Met 342 gemeenten in Nederland betekent dat, dat we samen met de ontwikkelingen in de gaten moeten houden en in een zo vroeg mogelijk stadium elkaar moeten informeren.
Daarna zijn vergunningen belangrijk want als je dan bereikbare bruikbare ruimte hebt gevonden, dan moet je er ook jouw activiteit mogen uitvoeren. Ook daar zijn we zoveel mogelijk aangehaakt en zijn we bezig om beleid en controles landelijk af te stemmen, zodat in Groningen en Zeeland op dezelfde manier gekeken wordt naar regels. Daarom proberen we met omgevingsdiensten in contact te komen om die afstemming te hebben.
Mijn inzet concentreert zich dan ook op ruimtelijke ordening. Nederland moet de schaarse ruimte goed verdelen en in 2026 wordt naar verwachting de Nota Ruimte gepubliceerd, wat je kunt beschouwen als het nationale omgevingsplan. Wist je dat je als je een bedrijf wilt vestigen je bij ten minste zes loketten aan moet kloppen, maar meestal dertien of meer?
Dan spelen er nog meer onderwerpen binnen dit thema, zoals infrastructuur (sluizen, bruggen en wegen). Door de huidige staat van de infrastructuur zijn er geregeld acute afsluitingen waardoor veel vervoer over water, schepen, casco's grote constructies niet of via een flinke omweg zijn bestemming kan bereiken. Waar mogelijk zorgen wij ervoor dat onze leden zo min mogelijk (over)last daarvan hebben.
Contact met je juiste mensen
De laatste tijd is er veel nieuws geweest over onderhoud van bruggen. Dit onderhoud is vaak gepland, maar lang niet altijd. En ook daar zijn weer een hoop stakeholders van de partij. Het is prettig dat je veel mensen op verschillende plekken tegen kunt komen en niet altijd één op één contact hoeft te zoeken.
Zo zijn er zijn veel momenten waar je bijvoorbeeld brugbeheerders (Pro-Rail, Rijkswaterstaat, provincies en gemeenten) tegenkomt. Soms op regionale bijeenkomsten, conferenties of overleggen.
Maar soms is er een calamiteit die alles in een stroomversnelling brengt. Toen in februari 2024 de Baanhoekbrug in storing ging, werd direct aangegeven dat de brug waarschijnlijk pas medio mei 2024 weer werkzaam zou zijn. Een stremming voor de hoge scheepvaart van een maand of drie. Dat was een groot drama, omdat er ten minste één schip stroomopwaarts voor de brug lag, waarop een leverings- deadline zat én een gigantische boeteclausule.
Door snel contact zoeken met de Pro-Rail en goed uit te leggen hoe groot het probleem was en een begripvolle en oplossingsgerichte houding aan te nemen, werd snel gehandeld. Binnen enkele dagen konden de eerste testen gedaan worden om de brug handmatig te bedienen. Daarmee hebben we direct een positie gekregen in de wereld rondom bruggen in Zuid-Holland. Het was in één klap duidelijk dat wij voor de belangen van onze leden opkomen, maar niet alleen door te klagen. Het meedenken in oplossingen heeft gezorgd voor de positie die we nu hebben: om mee te praten over projecten en vooral mee te denken over manieren om zoveel mogelijk rekening te houden met de belangen van onze leden, namelijk hoge scheepvaart door laten gaan.
Een stremming van 14 maanden?
Het meest actuele en spannendste project is de renovatie van de Papendrechtsebrug, op de N3. Kort na de storing op de Baanhoekbrug meldde Rijkswaterstaat zich om te vertellen over de plannen voor de renovatie van de klep. Er bleek gekozen te zijn voor een 14 maanden lange stremming van de hoge scheepvaart. Dat zou een groot probleem veroorzaken bij onze leden ten oosten van de brug (Papendrecht, Hardinxveld, Gorinchem, Werkendam), omdat zij grote schepen bouwen, onderhouden en verhuren die uitsluitend via de Papendrechtse brug een weg naar zee kunnen vinden. De schade zou groter zijn dan de totale projectkosten voor de renovatie. De stremming moest absoluut van tafel.
De inhoudelijke, door data ondersteunde, onderbouwing van de economische en praktische gevolgen heeft ertoe geleid dat er ruimte voor samenwerking ontstond. Die verbinding hebben wij gelegd. Het gevolg: een intensief technisch overleg met de betrokken bedrijven, Rijkswaterstaat, de aannemer van het project en Ingenieursbureau Rotterdam om te komen tot mogelijke werkwijzen en oplossingen die de hoge scheepvaart mogelijk houden.
Niet stoppen bij je eigen belang
De gekste ideeën zijn de revue gepasseerd en zo zijn drie haalbare opties verder uitgewerkt. Rijkswaterstaat heeft de keuze gemaakt voor de huidige werkwijze, waarbij maandelijkse doorvaarten mogelijk gemaakt zijn. Inmiddels is er zelfs ruimte is voor enkele extra doorvaarten, op kosten van de partijen die die doorvaart nodig hebben. Helaas betekent het ook een stremming van de N3 voor alle wegverkeer van 9 maanden en dus veel extra drukte op de wegen rondom Papendracht-Dordrecht. Dat vraagt om maatregelen om de verkeershinder en bereikbaarheid van de regio zoveel mogelijk te beperken. Ook daarover praten wij mee. Aan de ene kant omdat we ook veel leden hebben die niet direct aan het water zitten, maar wel in de regio. Maar ook omdat we graag met alle betrokken partijen tot oplossingen komen die voor iedereen werken.