De maritieme sector schreeuwt om vakmensen. Onze sector zet alles op alles om jongeren te enthousiasmeren voor een écht ambacht. Maar we lopen vat in regels die die jongeren vervolgens juist buiten de werkvloer houden.
Om leerlingen warm te maken voor het vak, móét het beroepsonderwijs goede beroepspraktijkvorming (BPV) aanbieden. Jongeren moeten het bedrijf in: ruiken aan het vak, meelopen in de hectiek van een werkdag, de kracht van machines ervaren en samenwerken met collega’s in de praktijk. Zo ervaren ze de magie, daar ontstaat liefde voor het vak.
Maar het bedrijf ervaren, dat gaat niet zomaar.
Door strenge en soms onwerkbare arboregels vist onze sector steeds vaker achter het net. Jongeren mogen niet altijd doen wat nodig is om het vak te leren, waardoor aantrekkelijke stages verloren gaan en instroom opdroogt.
Goede intenties zijn niet altijd genoeg
Veilig en gezond werken staat in Nederland hoog in het vaandel. Deze veiligheid is gewaarborgd in onder andere de Arbeidsomstandighedenwet en het Arbeidsomstandighedenbesluit (Arbobesluit). Hierbij ziet de Nederlandse Arbeidsinspectie (NLA) actief toe op veiligheid binnen bedrijven. Er is extra aandacht voor de bescherming van jongeren, iets wat we alleen maar aanmoedigen. Zo mogen jongeren bijvoorbeeld niet blootgesteld worden aan lawaai, mogen ze niet werken met gevaarlijke stoffen of gevaarlijke machines en worden ook andere risicovolle omstandigheden uitgesloten. Een belangrijk punt hier, is dat het bij deze beschermregels om de omgeving van bedrijven gaat. Binnen onderwijsinstellingen bestaan deze restricties voor de jongeren niet.
Ondanks de goede intenties, zorgen deze regels ervoor dat jongeren in bedrijven vrijwel niets mogen. En hoewel ze binnen de muren van de school alle werkzaamheden wel mogen uitvoeren en oefenen, is dat niet genoeg. Scholen zijn niet in staat om de hectiek van een bedrijf, het samenwerken met collega’s van verschillende leeftijden en achtergronden en de grote diversiteit aan werk na te bootsen.
We willen onze jongeren graag leren hoe het werkt in de praktijk, maar ze mogen buiten school niet aan gevaren worden blootgesteld. Dit levert nadelige gevolgen op.

Bijna iedereen ziet het probleem
En deze gevolgen zijn groot! Bedrijven willen graag jongeren begeleiden, maar mogen ze niet blootstellen aan gevaar. In de praktijk doen veel bedrijven dat wel. Ze zijn immers door Samenwerkingsorganisatie Beroepsonderwijs Bedrijfsleven (SBB) erkend als leerbedrijf. Dit betekent dat ze in staat zijn om leerlingen te begeleiden. Toch mag het van de Arbeidsinspectie niet. Inmiddels zijn er daardoor verschillende bedrijven die besluiten om het opleiden van jongeren in het bedrijf te staken. Daarmee is de kans heel groot dat er nóg minder jongeren voor het vak kiezen. Terwijl we deze jongeren keihard nodig hebben.
Het opvallende is dat iedereen in dit verhaal het probleem ziet. Scholen kunnen de praktijkervaring niet intern aanbieden. SBB zorgt ervoor dat bedrijven gedegen begeleiding aanbieden en passende werkzaamheden bij de opleiding. Bedrijven willen maar al te graag jongeren ontvangen en begeleiden. En de NLA knijpt een oogje toe, maar moet wel handhaven als er iets misgaat met een jongere.
De ministeries zien het niet
Dit is een typisch voorbeeld waarin de goede intentie van alle partijen in de praktijk niet houdbaar is. Maar tot een oplossing komen uitvoeringsinstanties ook niet. Beide betrokken ministeries, van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, zien het probleem niet. Zij hebben immers los van elkaar een eigen regel, die op zichzelf goed is.
Er zijn verschillende oplossingen denkbaar. De meest passende oplossing is het aanpassen van de relevante artikelen van het Arbobesluit. Vervang ‘binnen de onderwijsinstelling’ door ‘in het kader van een opleiding’. Daarmee wordt de harde begrenzing van de muren van de onderwijsinstelling weggenomen en valt een erkend leerwerkbedrijf ook binnen deze grenzen. Het geeft extra gewicht aan de taak en de rol van SBB. Het zorgt er ook voor dat de NLA haar taak zonder dilemma kan uitvoeren. En bovenal het zorgt voor bewegingsruimte die nodig is om leerlingen bij bedrijven beroepspraktijkervaring op te laten doen.
En dat is wat iedereen wil en wat nodig is om onze sector in de toekomst sterk te houden. Als Maritime & Offshore NL willen we ministers Hans Vijlbrief (SZW) en Rianne Leschert (OCW) oproepen om naar deze, relatief eenvoudige, oplossing te kijken. Uiteraard staan wij open om hierover in gesprek te gaan.