Offshore Wind (4)

Inhoudelijke analyse Prinsjesdagbegroting

16 september 2026

Prinsjesdag 2026 vindt dit jaar plaats tegen een uitzonderlijk kwetsbare politieke achtergrond. Voor het eerst sinds 2011 presenteert een minderheidskabinet zijn begroting en beleidsplannen zonder steun van een Kamermeerderheid. Omdat er geen vooraf afgesproken steun is van oppositiepartijen, zullen veel voorstellen de komende maanden nog onderwerp zijn van onderhandelingen en wijzigingen.

De kabinetsplannen moeten daarom minder worden gezien als een definitieve beleidsroutekaart en meer als een openingszet in een complex parlementair proces. Hierdoor kan de uiteindelijke uitkomst aanzienlijk afwijken van de aangekondigde maatregelen, wat de onzekerheid voor huishoudens, bedrijven en financiële markten vergroot. 

Maar deze kwetsbare politieke achtergrond biedt ook kansen. Kansen voor ons als sector om tijdens de begrotingsbehandelingen voorstellen te doen die van belang zijn voor onze sector. Voor het kunnen doen van voorstellen is het belangrijk inzichtelijk te hebben wat er nou precies in de begrotingen staat. 

Hieronder volgt een analyse van de gepresenteerde plannen per thema en de gevolgen ervan. De komende maanden voeren wij als Maritime & Offshore NL met de verschillende ministeries en landelijke politici gesprekken om knelpunten op te lossen en waar nodig toch financiering rond te krijgen.

Offshore Wind
Een positief signaal: wind op zee krijgt nadrukkelijk aandacht en blijft prioriteit in de begroting 2027. 

Het kabinet bevestigt de ambitie om de Nederlandse offshore windcapaciteit uit te breiden van 23 GW naar 40 GW richting 2040. Eind 2026 worden de kavels IJmuiden Ver Gamma-A en Gamma-B (2 GW) aanbesteed. Hierbij is het essentieel dat projecten na vergunningverlening snel tot een definitief investeringsbesluit (FID) te komen.   

Het kabinet erkent expliciet dat offshore wind onder druk staat door stijgende kosten en achterblijvende vraag naar elektriciteit, waardoor meer investerings- en prijszekerheid nodig is om nieuwe projecten daadwerkelijk te realiseren. 

Om die zekerheid te bieden worden offshore windtenders vanaf 2027 vormgegeven via Contracts for Difference (CfD's). Het kabinet is voornemens in het najaar van 2027 de eerste CfD-tender te openen. De tijdige implementatie hiervan is van cruciaal belang en zal door Maritime & Offshore NL nauwlettend worden gemonitord. 

Gezien het kabinet er rekening mee houdt dat niet alle vergunde windparken daadwerkelijk tot realisatie komen, moet het zich realiseren dat er ook vergunde projecten zijn die geen FID-status bereiken. Maritime & Offshore NL roept het kabinet op om creatief na te denken over oplossingen. 

Het is een belangrijk signaal dat het kabinet de bestaande marktknelpunten expliciet benoemt. Dat versterkt de positie van de sector in het gesprek over aanvullende maatregelen. Tegelijkertijd blijven belangrijke vraagstukken nog onbeantwoord. De offshore waardeketen en de Nederlandse maakindustrie krijgen nauwelijks expliciete aandacht, terwijl concrete maatregelen om de elektriciteitsvraag te vergroten en netcongestie structureel op te lossen grotendeels ontbreken.

CO2
Vanaf 2027 wordt additioneel maximaal € 1,3 miljard gereserveerd voor de volloopgarantie van het transportgedeelte van de CCS-waardeketen Aramis. De Aramis keten is een belangrijk infrastructuurproject voor de opslag van CO2 in de Noordzee en levert daarmee een essentiële bijdrage aan de verduurzaming van de Nederlandse industrie en het behalen van de klimaatdoelstellingen. De volloopgarantie dekt het risico af dat de transportinfrastructuur in de eerste jaren onvoldoende wordt benut, waardoor de voorwaarden worden gecreëerd voor een positieve Final Investment Decision (FID) en de realisatie van het project. 

Waterstof
Positief is dat het kabinet €450 miljoen euro beschikbaar stelt voor waterstofopslag. We gaan door met infrastructuur voor waterstof. 

 Innovatief industriebeleid

We zijn positief over de aandacht voor innovatie, gericht op strategische sectoren zoals maritiem en offshore. Hiervoor is echter ook fundamentele kennisontwikkeling noodzakelijk, zoals op het gebied van digitalisering, quantum computing, waterstof en innovaties zoals nucleaire aandrijving van schepen. Onze sector kan een grote rol spelen in duurzaamheid en circulariteit. Innovaties en gericht industriebeleid zijn hierbij essentieel. 

In lijn met de motie Flach, die in april 2026 met hele brede steun is aangenomen, blijven we aandacht vragen voor de verankering van de maritieme sectoragenda in het innovatie- en industriebeleid. Uit de begrotingen blijkt een teruggang in de financiële ondersteuning; dit is niet in lijn met deze motie en hier zullen we aandacht voor vragen. 

Defensie en maritieme veiligheid 
Het directe defensiebudget in 2027 bedraagt 28,59 miljard euro. Op maritiem gebied wordt gewerkt aan het vergroten van de slagkracht en het versterken van het voortzettingsvermogen. 

De komende vijftien jaar versterkt Defensie de Koninklijke Marine door een grootschalige vlootvernieuwing. Dit betreft investeringen in de vervanging van de onderzeeboten, fregatten voor onderzeebootbestrijding, luchtverdedigings- en commandofregatten, amfibische transportschepen, mijnenbestrijdingsvaartuigen en hulp- en ondersteuningsvaartuigen. Belangrijk is dat de nadruk wordt gelegd om het vereenvoudigen en differentiëren in inkoopprocedures.  

Programma Bescherming Noordzee Infrastructuur (PBNI) 
De begroting van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat benoemt expliciet het vergroten van beeldopbouw en responscapaciteit op de Noordzee en het versterken van de weerbaarheid. Voor de periode 2027 t/m 2031 wordt 50 miljoen vrijgemaakt ten behoeve van het Programma Bescherming Noordzee Infrastructuur (PBNI). Dit budget wordt aangevuld met 24,8 miljoen vanuit het Mobiliteitsfonds naar I&W. Samen wordt dus gemiddeld bijna 15 miljoen vrijgemaakt om uitvoering te geven aan het Programma Bescherming Noordzee Infrastructuur. Het is positief dat er structurele financiering komt om de bescherming van de vitale Noordzee infrastructuur verder te versterken. Het is echter belangrijk dat de beschikbare middelen daadwerkelijk voldoende zijn voor de ambities. 

Noordzee
De Noordzee wordt dus steeds belangrijker in het veiligheidsdossier. In de begroting van Infrastructuur en Waterstaat wordt als één van de doelen voor 2027 opgenomen dat het nieuwe Programma Noordzee 2028-2033 wordt vastgesteld, waarmee richting wordt gegeven aan de ontwikkeling van het Nederlandse deel van de Noordzee. We hebben nu een visie nodig voor invulling van het Noordzee ecosysteem, niet pas in 2028. Maritime & Offshore NL zet zich in om hier versnelling aan te geven. 

Subsidieregelingen
Het is teleurstellend dat er minder middelen gereserveerd worden voor maritieme innovatie. SDS blijft constant maar door inflatie wordt het toch minder. Positief is dat de relatief laagdrempelige en vrije MIP wel overeind blijft. Daarmee is er ook ondersteuning mogelijk op procesinnovatie, die in algemene regelingen als de WBSO nog altijd niet gesteund worden. En juist projecten als Werf van de Toekomst en Digitaal Samenwerken zijn essentieel voor procesinnovaties. 

Voor de verduurzaming van zeevaartschepen wordt € 22,9 miljoen uit eerdere jaren naar 2030 geschoven om beter aan te laten sluiten op de verwachte subsidieaanvragen. Door recent inzichten is de verwachting dat de aanvragen pas later op gang zullen komen. Het zou mooi zijn om indien vragen toch eerder komen, die voor 2030 geholpen kunnen worden. 

 

Nationaal Agentschap Disruptieve Innovatie (NADI)
Er wordt tot en met 2031 €260 miljoen gereserveerd voor het Nationaal Agentschap Disruptieve Innovatie (NADI). NADI richt zich op het realiseren van oplossingen voor grote maatschappelijke uitdagingen. Het is goed dat Nationaal Agentschap Disruptieve Innovatie (NADI) er komt. 

De werkwijze en relatieve vrijheid om het agentschap vorm te geven zien we als positief. Daar liggen kansen ook voor de maritieme maakindustrie, hoewel de middelen te beperkt zijn om disruptieve innovaties voor onze sector vorm te geven. 

 

Walstroom
Er wordt vanuit het Klimaat en Transitiefonds een extra bijdrage van €40 miljoen beschikbaar gesteld zodat de subsidieregeling voor walstroom voor de zeevaart met een jaar verlengd wordt. Ondersteuning van de ontwikkeling van walstroom is goed en belangrijk maar er moet goed gekeken worden naar lokale opwek, opslag en distributie omdat walstroom uiteindelijk een tijdelijke oplossing is. Hierover is Maritime & Offshore NL in gesprek met de uitvoerders (binnen IenW) van de AFIR-regeling. 

 

Vlootvernieuwing
Het is goed nieuws dat de vlootvervanging en uitbreiding grootschalig doorzet. Dat vraagt nauwe samenwerking met de industrie over functionele eisen én een uitwerking die gelet op de in te voeren Europese aanbestedingsrichtlijn gericht is op bij voorkeur de Nederlandse maritieme maakindustrie. 

 

Maritieme ruimte en Infrastructuur
De bescherming van ruimte voor economie en de daarbij behorende groei van 2,8% van de grondoppervlakte naar 3,5% is conform de verwachtte autonome groei van het bedrijfsleven. Daarin is geen grote groei voorzien. We zijn blij met de erkenning van de ruimte en de uitbreiding daarvan. 

Naast andere zaken is ook hier een investering in infrastructuur van belang. Het verruimen van de sluis bij Kornwerderzand ontsluit een aanzienlijke hoeveelheid maritieme maakbedrijven voor defensie die eerder niet als optie voor onderhoud, nieuwbouw beschikbaar waren. 

Ook is het positief dat is afgesproken dat wanneer bedrijven moeten wijken daarvoor verplicht alternatieve ruimte. 

Een tegenvaller is het voorstel om extra te investeren in de infrastructuur, de voorgestelde middelen zijn verre van toereikend. 

 

Militaire mobiliteit
Niet alleen zeehavens zijn belangrijk ook binnenwateren en havens vormen een belangrijk alternatief in militaire mobiliteit. Dat vraagt ook aandacht voor op en overslagplaatsen langs de (hoofd)vaarwegen en mogelijk zelfs op onze scheepswerven. 

Ook blijft een concrete invulling van de overeengekomen 1,5 procent NAVO-norm uit. Wij pleiten voor een expliciete koppeling tussen de 1,5 en 3,5 procent voor Defensie: 1,5 procent wordt ingezet voor de realisatie van de randvoorwaarden voor militaire paraatheid. Meer onderhoud aan verouderde wegen, bruggen en spoorwegen is nodig.