Het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat heeft op 12 augustus de Tijdelijke subsidieregeling vroege opschaling energietransitie zeeschepen 2026–2030 gepubliceerd in de Staatscourant.
Deze subsidieregeling heeft als doel om de implementatie van technieken, waaronder energielijnen op waterstof of methanol, op zeeschepen te stimuleren en de energiebehoefte van zeeschepen te reduceren. Het gaat hierbij om zeeschepen van een in Nederland gevestigde reder.
Met de subsidieregeling kunnen naar verwachting 25 tot 30 schepen worden verduurzaamd.
Hoe werkt deze regeling?
De internationale maatregelen hebben naar verwachting pas na 2030 voldoende effect om de transitie vanuit de markt te kunnen dragen. Toch is h om meerdere redenen nodig dat investeringen in de verduurzaming van de zeevaart al ver vóór 2030 op gang komen.
Deze regeling subsidieert een percentage van de subsidiabele kosten, zoals opgenomen in artikel 4. Het gaat onder meer om de meerkosten van investeringen in energielijnen die het gebruik van waterstof of methanol mogelijk maken. Ook dual-fuel-energielijnen zijn toegestaan, waarbij het naast waterstof of methanol mogelijk blijft om conventionele brandstoffen te gebruiken.
De minister kan op aanvraag subsidie verstrekken voor een project. Na de afronding van een (nieuwbouw) project wordt het zeeschip gekwalificeerd als ‘schoon zeeschip’ of ‘emissievrij zeeschip’. Het schip moet dan in staat zijn waterstof of methanol te gebruiken in de plaats van fossiele brandstoffen, of in staat zijn het aandeel waterstof of hernieuwbare methanol te verhogen. Per zeeschip mag een project slechts betrekking hebben op één energielijn.
Welke kosten komen in aanmerking?
Zoals bepaald in artikel 4 komen uitsluitend de volgende kosten voor subsidie in aanmerking:
- Bij nieuwbouw: de totale extra kosten voor de uitvoering van een project ten opzichte van een zeeschip met eenzelfde levensduur, laadcapaciteit en operationele inzet als het schip waarop het project wordt uitgevoerd, dat is uitgerust met een conventionele verbrandingsmotor die voldoet aan de actuele regelgeving van de Europese Unie en de Internationale Maritieme Organisatie;
- Bij retrofit: de totale retrofitkosten, mits het zeeschip eenzelfde economische levensduur behoudt die het zonder de retrofit zou hebben.
De subsidie bedraagt ten hoogste 40% van de subsidiabele kosten, met een maximum van € 4.000.000,– per project. Vanaf 1 januari 2028 wordt dit maximum verlaagd naar € 3.500.000,–, omdat zowel de investeringskosten als de operationele kosten naar verwachting met de tijd af zullen nemen.
In totaal is er voor de jaren 2026 tot en met 2029 € 102.800.000,– beschikbaar. De verdeling van dit bedrag wordt bepaald op basis van rangschikking; zie hiervoor artikel 6.
De volledige subsidieregeling is hier te lezen: Staatscourant 2026, 21927 | Overheid.nl > Officiële bekendmakingen