De minister en staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat (IenW) hebben de beleidsbrief IenW aan de Kamer gestuurd. Hieronder een samenvatting van de gestuurde brief.
- De minister stelt dat wegen, spoorlijnen, vaarwegen en waterwerken het fundament vormen van samenleving en economie. De grote opgaven, zoals woningbouw, waterveiligheid, weerbaarheid en toekomstige welvaart, kunnen alleen worden gerealiseerd als de infrastructuur op orde is. De Nederlandse infrastructuur is van hoog niveau, maar deze positie staat onder druk. Een groot deel van de infrastructuur is aangelegd in de jaren 50, 60 en 70, wordt steeds zwaarder belast en bereikt het einde van de levensduur. Grootschalig onderhoud en vernieuwing zijn daarom noodzakelijk.
- Deze kabinetsperiode staan veiligheid, robuustheid en levensduur van hoofdwegen, hoofdwatersysteem, hoofdvaarwegen en spoor voorop. In juli 2025 waren er 80 kunstwerken met beperkingen voor Rijkswegen en Rijksvaarwegen. Als niets wordt gedaan, is de verwachting dat dit aantal in 2030 verdubbelt. Het kabinet wil deze negatieve trend doorbreken.
- Bereikbaarheid wordt gezien als economische en maatschappelijke prioriteit. Nederland heeft als logistieke delta een sterke internationale positie met zeehavens, luchthavens, multimodale overslagpunten, spoorverbindingen, binnenvaart, buisleidingen en wegtransport als fysiek fundament onder het verdienvermogen.
- Nederland moet scherpere keuzes maken over het totale mobiliteitssysteem. Daarbij wordt gekeken naar samenhangende investeringen, innovaties zoals autonoom vervoer, slimme ruimtelijke keuzes en verbinding met nationale opgaven zoals woningbouw en defensie.
- De geopolitieke ontwikkelingen maken duidelijk dat vitale infrastructuur kwetsbaar is voor sabotage, hybride dreigingen en verstoringen in internationale handelsketens. Het kabinet werkt daarom aan industriebeleid, versterking van vitale fysieke en digitale infrastructuur en versterking van de maritieme maakindustrie via de sectoragenda “No guts, no Hollands glorie!” en het Rijksregiebureau Maritieme Maakindustrie.
- Havens, energie-infrastructuur, transportcorridors, infrastructuur op de Noordzee en het maritieme cluster zijn belangrijk voor nationale vitale belangen. Ook een sterke Nederlandse scheepvaart en innovatieve projecten, zoals nucleaire schepen, worden genoemd.
- In 2026 wordt de Regionale Investeringsagenda Rotterdamse Haven vastgesteld. Ook ontvangt de Kamer in het najaar van 2026 het Toekomstperspectief Hoofdwegennet, met de visie op de rol van het hoofdwegennet richting 2050.
- De spoedwetgeving tegen de schaduwvloot wordt voor het zomerreces naar de Raad van State gezonden en na het zomerreces aan de Kamer voorgelegd. Deze wetgeving is gericht op het tegengaan van sanctieontwijking en versterking van toezicht op scheepvaart in de Nederlandse exclusieve economische zone.
- PFAS en andere zeer zorgwekkende stoffen vormen een groot risico voor mens en milieu. Nederland zet zich in voor een Europese PFAS-restrictie, minder emissies, betere monitoring en aanscherping van bestaande lozingsvergunningen waar nodig. Nieuwe lozingen zijn alleen mogelijk onder strikte voorwaarden en op basis van de best beschikbare technieken.
- Innovatie wordt gezien als belangrijke sleutel om kabinetsopgaven aan te pakken. Het kabinet werkt met betrokken partijen aan het terugdringen van de vraag naar PFAS-houdende producten, stimulering van alternatieven en innovatieve manieren om de bodem te saneren van PFAS.
- Het kabinet wil met de industrie in gesprek over een schonere industrie met oog voor innovatie en regeldruk. Voor de zomer draagt IenW 75 regels aan om regeldruk voor ondernemers te verminderen, waarbij ook naar milieu-wet- en regelgeving wordt gekeken en het beschermingsniveau van mens en milieu behouden blijft.
- De oorlogen in het Midden-Oosten en Oekraïne laten volgens de minister zien hoe kwetsbaar het mobiliteitssysteem is zolang het afhankelijk blijft van fossiele brandstoffen uit een beperkt aantal landen. In 2050 moet de Nederlandse mobiliteitssector volledig onafhankelijk zijn van fossiele brandstoffen.
- Ook voor de binnenvaart is elektrificatie een belangrijke route, al is dat niet voor alle schepen haalbaar. Daarom blijft inzet nodig op duurzame biobrandstoffen, groene waterstof en synthetische brandstoffen.
- Vanaf 1 januari 2026 is de brandstoftransitieverplichting van kracht. Leveranciers van brandstoffen aan wegvervoer, binnenvaart en zeevaart moeten zorgen voor reductie van broeikasgasemissies in de brandstofketen. Daardoor neemt het aandeel hernieuwbare energie in hun leveringen toe.
- Voor de scheepvaart wordt toegewerkt naar varen op hernieuwbare energiedragers in 2050. In 2026 volgen subsidieregelingen, een nieuwe regeling voor demonstratieprojecten binnen het Maritiem Masterplan en uiterlijk in het derde kwartaal een visie op de verduurzaming van bunkerbrandstoffen.
- Voor de zomer wordt de Kamer geïnformeerd over de mogelijkheden om de brandstoftransitieverplichting na 2030 door te trekken.