Duurzame Scheepvaart

ETS voor de scheepvaart: verduurzamen én concurrerend blijven

25 september 2026

Het Europese emissiehandelssysteem, het EU ETS, is inmiddels een belangrijk onderdeel van het klimaatbeleid voor de zeevaart. Scheepvaartbedrijven moeten hun CO₂-uitstoot monitoren en voor de uitstoot die onder het ETS valt emissierechten inleveren. De achterliggende overweging daarmee is dat CO₂-uitstoot een prijs en ontstaat een financiële prikkel om brandstof te besparen en over te stappen op schonere technologie en brandstoffen. Het ETS staat daarbij niet op zichzelf. Het maakt deel uit van het Europese Fit for 55-pakket en werkt naast onder meer FuelEU Maritime en de Renewable Energy Directive.

Normeren en investeren
Een belangrijke ontwikkeling is dat Brussel naast de prijsprikkel uit het ETS nadrukkelijker de aanbodkant van de energietransitie wil ondersteunen. Met het Sustainable Transport Investment Plan (STIP) wil de Europese Commissie investeringen in hernieuwbare en koolstofarme brandstoffen voor vooral lucht- en zeevaart versnellen. De Commissie schat dat richting 2035 ongeveer 23,1 miljoen ton hernieuwbare brandstoffen nodig is en circa €100 miljard aan investeringen, waarvan het grootste deel privaat moet worden gefinancierd. 

Tot 2027 wil de Commissie ten minste €2,9 miljard aan Europese instrumenten mobiliseren. Daaronder vallen InvestEU, het Innovatiefonds en Horizon Europe. Het Innovatiefonds voorziet onder meer in steun voor vijf projecten voor Sustainable Maritime Fuels ter waarde van €293 miljoen. Daarnaast wordt ingezet op onderzoek en het verkleinen van investeringsrisico's. 

In de scheepvaart is er een uitbreiding met kleinere schepen, waarbij schepen met minder dan 5000 bruto ton maar meer dan 400 bruto ton ook onder ETS gaan vallen. Voor de Nederlandse maritieme sector is dit een gewenste uitbreiding, om zo ook mee te kunnen doen met deze Europese stimulering. 

Daarnaast staat een bredere herziening van het Europese klimaat- en transportbeleid voor de deur. In juni 2026 bespraken de EU-ministers de decarbonisatie van transport na 2030, tegen de achtergrond van de Europese doelstelling van 90 procent broeikasgasreductie in 2040 ten opzichte van 1990. Nederland pleitte daarbij voor een effectief ETS, investeringszekerheid, een gelijk speelveld én opschaling van hernieuwbare brandstoffen voor de maritieme sector. 

Inzet van Maritime & Offshore NL
Voor Maritime & Offshore NL is de verduurzaming van de scheepvaart belangrijk, met oog voor de internationale concurrentiepositie en investeringskracht van de strategische maritieme sector. De afgelopen maanden zijn deze posities met leden afgestemd en ingebracht in diverse overleggen. We trekken hierbij op met de KVNR en de Vereniging van Waterbouwers. 

Er zijn daarbij twee punten bijzonder relevant voor onze sector: 

  • Een mondiaal gelijk speelveld. Europese maatregelen moeten goed aansluiten op mondiale afspraken via IMO. 
  • ETS-opbrengsten moeten terugvloeien in de sector om de transitie te ondersteunen. 

In de Technische Briefing (TB) van de Vaste commissie voor Klimaat en Groene Groei op 23 September jl., bleek dat het Nederlandse kabinet inmiddels ook voorstander is van het onderzoeken van een uitbreiding van ETS-gerelateerde ondersteuning naar de scheepvaart. Men gaf aan om de opbrengsten die het ETS oplevert, in toenemende mate terug richting de bedrijven laten gaat. De ETS moet dan dienen als een investeringsmotor en een innovatiemotor, waarbij het doel is om vijftig procent van de nationale ETS-inkomsten in de ETS-sectoren wordt uitgegeven. Op dit moment krijgen ETS inkomsten geen specifiek oormerk maar dit zou men graag zien gezien de transparantie, maar ook de publieke acceptatie van de ETS. 

De komende tijd zullen we vanuit Maritime & Offshore NL blijven inzetten op dit dossier via onze commissie Financiering.